Kooprecht voor huurders: Goed idee of niet?

In het nieuwe regeerakkoord blijft de aanpak van de getergde woningmarkt bij een set onsamenhangende
maatregelen. Rutte en zijn ministersploeg richten zich vooral op corporaties. Zo spreekt het
regeerakkoord van een kooprecht: huurders van corporatiewoningen moeten hun huurwoningen, tegen
een ‘redelijke’ prijs, kunnen kopen als zij daar interesse in hebben. Over het verkopen van woningen door
woningcorporaties is al veel geschreven. Er zijn goede argumenten om er voor te zijn en ook goede
argumenten om tegen te zijn. Wat vaak mist in de argumentatie is de mening van de consument zelf. Aan
de Nederlandse huurders en kopers is gevraagd hoe zij tegenover dit kooprecht staan.

Kooprecht
Een meerderheid (63%) van de Nederlandse consumenten vindt het kooprecht een goed idee. Slechts een
klein deel (10%) vindt het geen goed idee. Daarnaast vinden kopers (65%) het vaker een goed idee dan
huurders (60%). En de hogere inkomens (72%) vinden het vaker een goed idee dan de laagste inkomens
(58%). Tot slot valt op dat samenwonenden of gehuwden met of zonder kinderen (resp. 66% en 67%)
positiever over het idee zijn dan alleenstaanden of éénoudergezinnen (resp. 55% en 49%). Van die laatste
twee groepen vindt zelfs een relatief grote groep het kooprecht een slecht idee.

Samenvattend kunnen we stellen dat met name de tweeverdieners met een hoger inkomen dit plan een
goed idee vinden. Volgens USP is dat echter niet de groep waarvoor dit kooprecht nou in eerste instantie
bedoeld is. Dit is namelijk niet de groep waarvoor een koopwoning normaliter echt buiten bereik ligt. Onder
de groep waarvoor het kooprecht wel bedoeld is ziet ook een groot deel het kooprecht zitten, maar zorgen
zijn er ook. De zorgen richten zich met name op het feit dat dan de voorraad sociale huurwoningen afneemt.
Met name bij de éénoudergezinnen en alleenstaanden zien we deze zorg terug. Zij hebben vaak zelf
ondervonden hoe lastig het is om een betaalbare woning te vinden. Ook zijn er zorgen over het feit dat
mensen die zich maar net een koopwoning kunnen veroorloven, vaak moeilijk het onderhoud van de
buitenkant van de woning kunnen bekostigen. Dat laatste komt de leefbaarheid in wijken (uitstraling en
onderhoud van de woningen) niet ten goede. Daarnaast kan een corporatie voor de leefbaarheid in een wijk
het meeste betekenen, wanneer haar aandeel van het bezit hoog is. Het kooprecht kan dit bezit
versnipperen.

Redelijke prijs
En dan de volgende vraag: wat is dan een ‘redelijke prijs’ volgens de Nederlandse consument? Daarover zijn
de meningen tussen de verschillende groepen meer verdeeld dan over invoering van het kooprecht zelf.
Kopers vinden het een goed idee maar dan wel met name tegen een prijs die gelijk of dicht tegen de
marktwaarde aan ligt (80% tot 100% van de marktwaarde). Huurders vinden echter dat de ‘redelijke prijs’
tussen de 50% en maximaal 80% van de marktwaarde zit. Ook de hogere inkomens zijn vaker van mening
dat de marktwaarde van de woning een ‘redelijke prijs’ is dan de laagste inkomens. Verder is een
meerderheid van de Nederlanders van mening dat een huurder minimaal 5 jaar in de woning moet wonen
voordat het kooprecht gaat gelden.

Conclusie
We kunnen dus concluderen dat voor de gemiddelde Nederlander de ‘redelijk prijs’ een groter discussiepunt
vormt dan het kooprecht zelf. De vraag blijft uiteraard hoe succesvol dit recht wordt. Uit ervaringen van USP
en vele corporaties blijkt dat het namelijk nog zeer lastig is om huurders over te halen om hun woning
daadwerkelijk te kopen. De interesse van huurders lijkt altijd groot (gemiddeld 24%) maar in de praktijk
wordt die interesse, ondanks de gedane inspanningen van de corporaties, maar zelden omgezet in een
daadwerkelijke koop (gemiddeld 2%-5%). En stel dat de interesse, met dit kooprecht, toch heel groot wordt.
Dan blijkt uit bovenstaande cijfers dat met name de huurders met een hoger inkomen positief zijn. Deze
huurders zullen meer dan gemiddeld gebruik maken van het kooprecht. Zij wonen momenteel in het
algemeen in de duurdere en kwalitatief betere woningen van de corporatie. Een gevolg van het verkopen
van deze woningen, is dat de voorraad van de corporaties niet alleen afneemt maar ook kwalitatief
verslechterd. Het kabinet doet er verstandig aan om zich eens goed af te vragen of dat, naast de voordelen
die eigen woningbezit oplevert, een wenselijke ontwikkeling is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Content | Menu | Access panel